Foto: David Meulenbeld

‘Ik heb geleerd om toch door te gaan wanneer het moeilijk wordt'

Marjolein de Jong14 september 2022

Rowan Blijd (32) studeerde Comparative Arts and Media studies aan de Vrije Universiteit Amsterdam en stipt nu als mediamaker actuele thema’s aan. Vorige week verscheen de ontroerende documentaire Stil leven over haar stilgeboren zoon Amari. 

In 2019 beviel je van je stilgeboren zoon Amari. Wanneer ontstond het idee dat je iets met dit grote verlies wilde doen?

„Al tijdens een check-up een paar weken na de bevalling vroeg ik de artsen of ze mee zouden werken als ik er ooit iets mee wilde doen. Ik schreef in die tijd ook veel over wat ik meemaakte, was bang dat ik de details zou vergeten." 

„Het had er ook mee te maken dat ik weinig van dit soort verhalen kon vinden. Toen het net was gebeurd, zat ik met mijn partner op de bank en zochten we naar verhalen van lotgenoten. In het Engels vond ik ze wel, maar in het Nederlands nauwelijks."

„Terwijl er offline veel verhalen op ons af kwamen van mensen die hetzelfde hadden meegemaakt, maar van wie ik het niet wist. Mensen weten niet goed hoe ze erover moeten praten. Ik heb aan den lijve ondervonden dat het kan gebeuren, dus waarom zouden we het zo moeten verbergen? Dit is een van de schaduwkanten van zwanger worden waar we het niet over hebben. De consensus is dat we zwangerschappen als iets lichtvoetigs benaderen. Het hoeft ook niet donker. Wel realistisch."

Waarom denk je dat die verhalen verborgen blijven?

„Ik denk dat het met schaamte te maken heeft. Je schaamt je dat iedereen een gezond kind lijkt te krijgen, behalve jij, je bent het vertrouwen in je lichaam kwijt. In veel culturen vindt men het ook moeilijk om het over minder leuke dingen te hebben. Helemaal als het gaat over de dood."

„Je moet ook niet vergeten dat het in Nederland lang zo is geweest dat ouders van stilgeboren kindjes het kindje niet mochten zien, geen naam mochten geven, en het niet aan mochten geven in het Basis Registratie Systeem. Zand erover, we hebben het er niet meer over, en hup, een nieuw kind maken."

Was het een grote drempel van kwetsbaarheid waar je overheen moest?

„Nee, het voelt voor mij natuurlijk om over moeilijke dingen te praten. Ik wilde het graag delen, wilde dat het verhaal out there was. Pas vlak voor de deadline raakte ik in paniek. Wat zouden mensen denken? Het moeilijkste vond ik om de beelden terug te zien van toen ik nog zorgeloos zwanger was. Ik zag mezelf terug tijdens de babyshower als een naïeve, blije meid met als  enige zorg hoe ik mijn carrière met het moederschap zou gaan combineren."

„Ik maak me over dat soort dingen nu anders druk dan toen. En het verlies heeft me meer gebracht dan dat. Ik kan soms vol enthousiasme aan iets beginnen en vind het dan lastig om iets helemaal af te maken. Als het moeilijk wordt, dan leg ik het liever even weg dan dat ik er doorheen ga en het afmaak. De afgelopen twee jaar heb ik geleerd om toch door te gaan, door te pakken en ik zie nu wat voor mooie dingen het oplevert. Een documentaire. Een nieuwe baan."

Rowan2


Je studeerde Comparative Arts and Media studies aan de VU. Sloot de opleiding aan bij het werk als mediamaker?

„Absoluut, het makerschap werd erg gestimuleerd. In het eerste jaar moesten we een documentaire maken. Dus zelf leren monteren, kennismaken met storytelling. Ook was er ruimte voor stages, die ik liep bij SBS Shownieuws. Het meest ben ik gevormd door de docenten die middenin de maatschappij stonden en wisten wat er speelde. Dat heeft iets in mij aangewakkerd waardoor ik de actualiteiten probeer te betrekken bij wat ik doe. Dat begint met op Youtube video’s maken die ik zelf miste: tutorials voor kroeshaar bijvoorbeeld. Later een video die ik maakte rond de #benniebeige, waarin ik aankaartte dat ik geen ondergoed of panty’s in mijn huidskleur kon vinden. Het pamflet werd ondertekend door politici en BN’ers."

Heeft de video geholpen?

„Zeker. Op voorhand deden kledingmerken en media er lacherig en cynisch over. Pas toen het groot werd, werd ik uitgenodigd door confectiezaken die ineens toch huidskleurig ondergoed in alle kleuren wilden verkopen. Ineens was alles mogelijk."

Je bent ook bestuurslid van de NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten). Met welk doel ben je dat gaan doen?

„Initieel wilde ik meer doen aan de arbeidsvoorwaarden van starters. Ik zag veel starters die veel kunnen: teksten schrijven, photoshoppen, social media. Zo had ik zelf het schrijven van blogs en het maken van video’s al als hobby. Alleen alles wat zij kunnen past niet bij de traditionele functieomschrijvingen. Daardoor worden ze lager ingeschat en ingeschaald. Ook ik heb me ooit te laag laten inschalen bij de omroep."

„Inmiddels in mijn koers veranderd en houd ik me vooral bezig met vrouwen in de journalistiek. In verschillende Europese landen is er advies gegeven om beleid te ontwikkelen specifiek voor deze groep. Denk aan speciale trainingen voor agenten om te leren omgaan met klachten, die van vrouwelijke makers komen. Er moeten data komen over vrouwelijke journalisten en makers. Op basis van die data kun je goed geïnformeerde keuzes maken in het beleid dat je voor hen voert."

Tegen welke dingen loop jij als vrouw aan?

„Ik ben zelf ook vaak aangesproken op mijn vrouw zijn of op mijn huidskleur of een combinatie van beide. En ik zie het genoeg bij collega-mediamakers. Dat iemand van kleur bij een Amsterdamse omroep ging werken en naar de Bijlmer werd gestuurd terwijl diegene zelf uit de Achterhoek kwam. Het is leuk als je mensen binnenhaalt en denkt: nu zijn we een divers bedrijf, maar je moet ook een inclusief bedrijf zijn dat mensen laat zijn wie ze volledig zijn."

„Ook ik ben meer dan mijn huidskleur. Ik heb superveel kennis over online media, video, social media. Als ik hier tegenaan loop, spreek ik me er zeker tegen uit. Ik ben me er hyperbewust van dat ik onderdeel ben van een groep en dat ik, door me uit te spreken, de weg kan vrijmaken voor iemand die na mij komt. Net zoals er voor mij mensen zijn geweest die zich uitgesproken hebben en waar ik nu de voordelen van pluk."