Foto: David Meulenbeld

Schrijver Joke J. Hermsen over heimwee: 'We verlangen allemaal terug naar een verloren tijd'

Marjolein de Jong27 november 2023

Voor Joke J. Hermsen voelde studeren aan de Vrije Universiteit Amsterdam als opnieuw geboren worden. „Ik kwam thuis bij mezelf.”

In Hermsens benedenwoning in Amsterdam valt het oog direct op de meterslange boekenkast die haar halve appartement beslaat. Aan de muur schilderijen, foto’s van haar kinderen en te midden daarvan een houten tafel waar je zo kunt aanschuiven voor een kop thee. Een plek om thuis te komen. 

Toch heeft Hermsen, zo lang ze zich herinnert, een gespannen verhouding met ‘thuis’. Wat dat precies is, onderzoekt ze in haar nieuwste boek Onder een andere hemel. 

Uw nieuwste boek gaat over heimwee. Ervaart u die zelf weleens als het gaat om de VU?

„Ik kan heimwee voelen naar de eerste jaren van mijn studietijd. Naar de vrijheid en de verwondering die zich van mij meester maakten. Ik weet nog goed dat ik voor het eerst het hoofdgebouw binnenliep en me letterlijk overdonderd voelde door al die gestapelde verdiepingen vol kennis. Ik liep de trap op en ging bij elke faculteit in de bibliotheek kijken. Het gevoel dat ik een wereldbibliotheek van kennis binnenstapte; ik voel die opwinding nu nog. Al gauw studeerde ik niet alleen Frans, maar ook filosofie en algemene literatuurwetenschap."

Had u het gevoel dat u thuiskwam op de VU?

„Ik was de eerste uit mijn familie die ging studeren. Er was geen traditie van ‘naar de VU gaan’. Het was voor mij een compleet nieuwe wereld, waarin ik alles zelf uit moest vinden. Ik heb me in die tijd ook wel eens verloren gevoeld, dwalend door die lange, grijze betonnen gangen, waar ik niemand kende. Het gebouw zelf werkte op mij ook enigszins vervreemdend, het was niet echt een plek van geborgenheid."

„Als ik door een vinexwijk loop, heb ik meer de indruk alleen zelf mijn eigen vangnet te zijn."

„Je kunt natuurlijk op allerlei manieren thuiskomen, maar bij mij gaat dat toch het beste op een plek met een rijke historie. Ik denk dat ik ook graag onderdak wil vinden in de tijd. Voor mijn schrijfplekken zoek ik altijd ‘oude’ plekken uit, ik kan daar beter wonen dan op een nieuwbouwplek. Een oude koeienschuur in Drenthe, een oude boerderij in Frankrijk, zelfs mijn huis in Amsterdam is al ruim een eeuw oud. Het is net alsof er op oude plekken een andere bezieling heerst. Alsof je je dan makkelijker in de stroom van de tijd invoegt, en de ruimte een vangnet wordt van de tijd. Als ik door een vinexwijk loop, heb ik meer de indruk alleen zelf mijn eigen vangnet te zijn."

Zowel een positieve als negatieve ervaring dus?

„Mijn herinneringen aan de eerste jaren van mijn studietijd zijn paradoxaal. Ik was niet zo gelukkig met de plek en het hoge, betonnen en bijna tijdloze gebouw, maar aan de andere kant betekende het ook een aankomen in de wereld. Ik ging voor het eerst op kamers wonen, en dan verhuis je eigenlijk twee keer. Je verlaat het huis waar je bent opgegroeid, maar je verhuist ook van een beschermde privéwereld naar de openbare wereld van collegezalen, theaters en bibliotheken. Het voelde als een dubbele verhuizing."

„De Duitse filosoof Hannah Arendt, beschrijft de mens als iemand die elke keer opnieuw geboren wordt, telkens als we aan iets nieuws beginnen. Een nieuwe studie, een nieuwe baan, een nieuw initiatief. Zij noemt dat nataliteit. Voor mij voelde de verhuizing naar de stad en naar de studie als een tweede geboorte. Toch was ik in die tijd ook veel alleen. We hadden nog geen internet of mobiele telefoons. Je moest op goed geluk naar een café om iemand te ontmoeten. Die nieuwe eenzaamheid heeft mijn schrijven echter wel een belangrijke impuls gegeven."

Was het vanzelfsprekend dat u schrijver werd?

„Ik durfde pas na vier boeken te zeggen dat ik schrijver was. Zo ongewoon was dat voor mij, in mijn wereld: een sociaal milieu waar niet gestudeerd werd, waar weinig aandacht was voor cultuur, voor boeken. Mijn vader was de enige thuis die ook van literatuur hield. Hij gaf me toen ik een jaar of tien was Oeroeg van Hella Haasse, en daarmee de hele literaire wereld, cadeau. Vanaf dat moment had ik altijd een boek om in te schuilen en onderdak in te vinden."

Joke


„Daarom betreur ik het als ik hoor dat kinderen en zelfs studenten amper meer lezen. Want we komen ook thuis in verhalen, die niet alleen onze eigen verbeeldingskracht aanwakkeren, maar ook een goede remedie tegen de eenzaamheid zijn. Je hoort dat er veel eenzaamheid onder studenten is, maar als je je verdiept in de verhalen van anderen kun je ook weer de nabijheid met anderen ervaren. Je wordt opgenomen in een groter geheel, een wereld van stemmen waarvan je deel uitmaakt. Literatuur kan onze gevoelens van heimwee en eenzaamheid ombuigen tot verbondenheid."

Denkt u dat er meer behoefte is aan een nieuw concept van ‘thuis’?

„Veel mensen voelen zich ontheemd. Er is de dreiging van de klimaatcrisis, van pandemieën en oorlogen die de vraag opwerpt waar we nog thuis kunnen zijn in de wereld. We leven in een sterk geïndividualiseerde maatschappij. Sociale verbanden zijn verloren gegaan, de digitalisering zorgt voor veel anonimiteit, gezinnen vallen uiteen, er is veel eenzaamheid onder zowel de jongere als de oudere generaties. Ik probeer in mijn boek iets aan die ervaring van ontheemding te doen door verschillende vormen van ergens thuis kunnen zijn, te schetsen."

U schetst heimwee niet alleen als verlangen naar een plek, maar vooral ook als verlangen naar een verloren tijd. 

„Hoe ons leven ook is verlopen: heimwee hebben we allemaal. Want we zijn allemaal migranten uit onze vroegste kindertijd, toen we ons nog een en verbonden voelden met alles wat ons omringde. Pas later gaan we spreken en ‘ik’ zeggen en de dingen van elkaar onderscheiden. Maar dat brengt ook een gevoel van verlatenheid en van ‘tegenover’ de wereld en de anderen staan met zich mee. Ons verdere leven blijven we onbewust naar die verloren tijd terugverlangen, zoals Proust schreef in zijn gelijknamige boek (A la recherche du temps perdu, red.). Het is de bron van onze heimwee."

„In mijn boek onderzoek ik een onveilige gebeurtenis uit mijn jeugd, die ik een half leven lang ‘vergeten’ was."

„We komen ook thuis in onze herinneringen. Waar het om gaat is om bij tijd en wijle bij die herinneringen stil te staan, zowel de goede als de kwade, om weer thuis te kunnen raken bij jezelf en de vervreemding een halt toe te roepen. In mijn boek onderzoek ik een onveilige gebeurtenis uit mijn jeugd, die ik een half leven lang ‘vergeten’ was. Hoe akelig die herinnering ook was, pas toen ik er een verhouding toe zocht, kon ik er onderdak aan bieden, zodat hij me niet langer op de hielen zat en voor veel onrust zorgde."

In het boek speelt moederschap een belangrijke rol. U schrijft dat u thuiskwam in het krijgen van kinderen. 

„Schrijverschap en moederschap zijn voor mij beide manieren van thuiskomen, maar ze staan ook op gespannen voet met elkaar. Je schiet immers voortdurend ergens tekort. Toch inspireren ze elkaar ook. Ze morrelen beiden aan het ego, duwen dat als het ware opzij, zodat er meer ruimte voor verbinding ontstaat. Ze hebben ook allebei iets kwetsbaars, omdat ze een bepaalde ontvankelijkheid ontsluiten, voor het wonderbaarlijke en niet rationeel beheersbare. In mijn boek noem ik dat met Rilke de ‘wereldbinnenruimte’ van de ziel. Dat is ook een plek om in thuis te komen, hoewel er binnen de neoliberale samenleving, die op individuele successen hamert, weinig waardering voor is."

Krijgt de ziel volgens u te weinig aandacht?

„De ziel heeft sinds de Verlichting ook weinig aandacht gekregen in de filosofie. Ik vind dat we de ziel een nieuw leven moeten gunnen in de geseculariseerde wereld. De ziel is iets heel anders dan je verstand: het is de plek waar je ten diepste geraakt wordt en thuiskomt. De ziel vertelt wie je bent, niet wat je bent of wat je hebt. Mijn ziel wordt geraakt door muziek, kunst, verhalen of ontmoetingen met anderen. En door mijn kinderen. En dus zijn dat de plekken waar mijn heimwee gestild wordt."

„In onze consumptieve maatschappij wordt er te veel waarde gehecht aan spullen, en wordt onze ‘innerlijke’ huishouding vaak vergeten."

Is leven naar de ziel volgens u een recept voor een goed leven? 

„Volgens de klassieke Griekse filosofen wel. Het zorgen voor de ziel achtten zij de belangrijkste taak van de mens. Ze noemden het ‘eudaimonia’: het streven naar een goede en waardige ziel. Het is geen oplossing, maar eerder een aanbeveling dat we ons daar meer op zouden moeten richten. Want je kunt niet thuiskomen in een louter materiële buitenkant. In onze consumptieve maatschappij wordt er te veel waarde gehecht aan spullen, en wordt onze ‘innerlijke’ huishouding vaak vergeten. Daar heeft onze ziel het benauwd van gekregen, met alle psychische gevolgen van dien. Pas als we voor onze eigen ziel zorg dragen, meende Plato, kunnen we bovendien ook pas voor die van anderen zorgen."

„Termen als ziel, bezieling, verwondering, ontroering en ontvankelijkheid zijn in het neoliberale discours behoorlijk ondergesneeuwd geraakt. Mijn taak als schrijver is om ze weer naar boven te halen. Omdat ik denk dat ze ons minder ontheemd doen voelen, en ook de wereld meer menselijk maken."

Hoe luisteren we praktisch naar onze ziel? 

„Rust, je aandacht oefenen, innerlijke reflectie, jezelf toestaan om te dagdromen, maar ook je door anderen laten inspireren. Als we naar muziek luisteren, een goed gesprek voeren of een boek lezen stillen we niet alleen de tijd, maar kunnen we ook thuiskomen in onze ziel. We raken opnieuw op zielsniveau verbonden met anderen. Een beter thuis kan een mens zich toch niet wensen."