Foto: Nina Slagmolen

'Ik wilde werk maken van de dood'

Emilie Escher9 januari 2024


Susanne Duijvestein (37) was nog maar 21 toen ze met een master Beleid, Communicatie en Organisatie de VU verliet om bij de Rabobank van de ene functie naar de andere te rollen. Na 11 jaar gooide ze het roer om, werd uitvaartondernemer en ontwikkelde zich tot een missionaris van een nieuw soort omgang met de dood: veel bewuster, duurzamer en minder commercieel dan ons bekend is. „Die kist hebben we helemaal niet nodig!"

De switch naar zelfstandig uitvaartondernemer was voor haarzelf geen verrassing. „Het was een combinatie van dingen. Ik heb altijd al veel met de dood gehad. Ik groeide op in een rurale omgeving: veel vriendinnetjes woonden op een boerderij, en er gingen wel eens lammeren of andere dieren dood. Voor veel mensen een reden om daar met een grote boog omheen te lopen, maar ik bleef juist kijken. Gebiologeerd doordat die dood eigenlijk een magneet voor het leven was dat erop afkwam.’’ 

Tijdens haar puberteit en adolescentie was de dood evenmin een afschrikwekkend verschijnsel voor haar, integendeel. Het voelde eerder als een fijne bestemming. Iets waar ze zelfs erg naar kon verlangen. 

„Ik denk dat we allemaal in staat zijn een connectie te maken tussen leven en dood, maar dat er bij kinderen minder sluiers tussen zitten."

Genoeg gezelligheid om haar heen, daar lag het niet aan. Ze groeide op in een warm gezin. Dat ze naar de dood kon verlangen, verklaart ze door enkele uittredingen die ze als kind had en die je kan vergelijken met de ervaringen van mensen die vanuit een hartstilstand weer tot leven werden gewekt. 

Uittreding
Ze las er veel over en kwam zo te weten dat wat ze als kind had meegemaakt en nooit had kunnen plaatsen, vergelijkbaar was met een bijna-doodervaring. „Een uittreding kan mensen ook gebeuren zonder trauma, maar vanuit diepe meditatie. Ik denk dat we allemaal in staat zijn een connectie te maken tussen leven en dood, maar dat er bij kinderen minder sluiers tussen zitten. Ik denk dat ik als kind al spelend in een soort meditatieve toestand ben gekomen en ik ben nooit vergeten wat ik daar gezien heb.’’

Eraan denken was vooral in de jaren van haar puberteit en adolescentie fijn, want het leven viel haar zwaar. „Ik leed tussen mijn 23ste en 32ste aan depressies. Dat is gelukkig door volwassenwording en spirituele ontwikkeling minder geworden."

Eigen keuzes en rituelen
Het idee om, zoals ze het omschrijft, ‘echt werk te maken van de dood’, een beroep ervan te maken, werd gevoed door de dood van meerdere jonge vrienden. „Hun uitvaarten raakten mij, omdat die toegeëigend werden door vrienden die de ouders gingen bijstaan. In plaats van te volgen ‘hoe het hoort’ maakten zij juist eigen keuzes en heel eigen rituelen. Zo kan het ook, dacht ik. Dat zouden meer mensen op deze manier mogen ervaren. Het vormde de inspiratie voor mijn praktijk Bij Afscheid."

Een sturend verdienmodel
Er is een uitvaartindustrie gegroeid die ons van alles aansmeert wat we niet echt nodig hebben en die bovendien nog vervuilend is. Van de commerciële belangen erachter zijn mensen zich zelden bewust. Omdat de dood nog steeds taboe is in de westerse samenleving en mensen zich er liever niet mee bezig willen houden, zijn mensen niet goed geïnformeerd. Wanneer er dan iemand doodgaat, is dat overrompelend en schieten mensen gauw ‘in het bekende’. Zo kan het heel goed zijn dat ze zich een uitvaartverzekering herinneren en dit telefoonnummer bellen."  

„Er werken lieve, gedreven mensen, maar het systeem is vol belangenverstrengeling."

„Wat mensen dan niet doorhebben, is dat ze zijn terecht gekomen in een nogal sturend verdienmodel. Er werken lieve gedreven mensen, maar het systeem is vol belangenverstrengeling. Verzekeringsmaatschappijen zijn namelijk ook uitvaartbegeleider, eigenaar van uitvaartcentra, crematoria, rouwautovloten en belanghebbende in kistenfabrieken. ‘Wij van wc-eend adviseren wc-eend’.  Ook al heb je een uitvaartverzekering, dat betekent helemaal niet dat je verplicht bent ook de crematie en de begrafenis te laten regelen door dezelfde partij. Je kan je ook alleen het geld laten uitkeren.‘’

Systeemverandering
Ze ziet het als haar missie om daar op allerlei manieren voorlichting over te geven. Ze biedt een onlinecursus aan op www.bijafscheid.nl en schreef het boek Uitvaart in Eigen Hand, ook en juist heel nuttig om te lezen als er nog niemand dood is gegaan. Ze geeft lezingen en ze leidt nieuwe progressieve uitvaartbegeleiders op in het vak. „Ik wil echt dat mensen niet in de verleiding worden gebracht om zich van alles door de uitvaartindustrie te laten aansmeren, terwijl er zoveel mooie alternatieven zijn.’’

„Eigenlijk is alles waar ik mee bezig ben systeemverandering’, merkt ze op. “Waar ik tijdens mijn studie ook al mee bezig was. Ik probeer mensen vooral bewust te maken van: wat heb je nu wérkelijk nodig? En dat is heel weinig. Als je alleen kijkt naar wat moet, dan is dat de lijkbezorging in vorm van een begrafenis of crematie en een registratie van je dood bij de gemeente. Dat kost bij elkaar misschien 800 euro terwijl ons op bijna elke uitvaartwebsite wordt voorgeschoteld dat je tussen de 6.000 en 8.000 euro kwijt bent. Dan is het heel lastig spitten naar wat de werkelijke prijzen zijn.’’

„Je hóeft helemaal niet in zo'n aula. Samenkomen kan ook thuis, of buiten in de tuin."

'Cut the crap'
De meest bijzondere uitvaarten waren voor haar de uitvaarten van mensen die geen of heel weinig geld hadden, durft ze wel te stellen. „Daar voelde ik me echt van waarde. Ik kon echt zeggen: ‘cut the crap!’ Je hóeft helemaal niet in zo’n aula. Samen komen kan ook thuis, of buiten in de tuin. Je hóeft niet in een kist, we kunnen in je eigen kast kijken of je een mooie doek hebt en anders heb ik in mijn eigen kast nog wel een mooie doek.’’

Het is waarom ze de islamitische begraaftradities zo mooi vindt. In de islam gaat iedereen in hetzelfde witte laken, de kafan, meestal zonder kist of draagbaar. „Want de essentie is: iedereen is in de dood gelijk. Iemand wordt vaak door velen handen in het graf gedragen. Compleet anders dan zo’n mechanisch liftje. Maar bekende handen, van neven, kinderen, geliefden die je op de bodem van het graf leggen, dat klopt voor mij veel meer. En volgens goed Islamitisch gebruik heb je je eigen kafan ook bij leven al in huis, om je bewust te zijn van de dood.’’


Compostering
Als je haar vraagt welke manier van ‘teraardebestelling’ haar het meeste aanspreekt, is dat een hele nieuwe manier. Compostering of ‘veraarding’ , nu nog alleen toegestaan in enkele vooruitstrevende staten van de VS en in het Duitse Mölln bij Hamburg. Vorig jaar nam ze daar een kijkje. 

„Het lichaam van de overledene wordt daar in een cocon met versneden bladeren, hooi en stro gelegd, waarna het in 40 dagen tot voedzame aarde is verworden. Deze aarde is rijk aan nutriënten en mineralen kan worden benut om bossen en tuinen aan te planten. In de VS zijn met deze aarde regeneratieve herbebossingstrajecten gestart. Het is mijn grote doel om tijdens mijn leven nog voor elkaar te krijgen dat dit in Nederland kan.’’

„Toen ik 21 was en afstudeerde, dacht ik: ik wil een keer promoveren, ik kom een keer terug."

Six Feet Under
Mocht het nog niet in de Wet op de lijkbezorging zijn opgenomen als haar tijd is gekomen, dan kiest ze voor natuurbegraven. Al blijft een lichaam dan net als op een gewone begraafplaats nog steeds heel diep onder de grond begraven en is dat onlogisch voor haar. 

„Six Feet Under, ken je die serie? Zo diep is een graf dus, wat betekent dat daar ook helemaal geen zuurstof en bodemleven is en je eigenlijk niet echt verteerd wordt. Maar natuurbegraven is wel heel mooi omdat je iets voor de inheemse diversiteit en natuurbehoud doet.” 

Ze speelt sterk met het idee om te promoveren op al die veranderende rituelen, ook met het oog op het milieu. Terug naar de universiteit en misschien wel de VU. „Toen ik 21 was en afstudeerde, dacht ik: ik wil een keer promoveren, ik kom een keer terug. Ik heb me altijd heel fijn gevoeld op de VU. Iedereen kan daar zijn wie hij wil, de studentenpopulatie is er heel divers, met veel verschillende achtergronden en levensovertuigingen. En ook het gebouw vond ik heel fijn. Ik herinner me veel gemopper op het gebouw, maar ik hou juist heel erg van dat brutalistische. En die hal gaf me altijd een heel kosmopolitisch gevoel.’’